Geen stress en veel kauwen
De voeding heeft niet met alle stalondeugden te maken, maar speelt wel een belangrijke rol in het ontstaan er van. In dat kader kunnen ook maagzweren niet onvermeld blijven. Voor beide geldt dat een goed rantsoen en het vermijden van stress veel leed te voorkomen is. Paarden zijn van nature grazers, die vele uren per dag kleine hoeveelheden vezelrijk materiaal opeten. Ze hebben een kleine maag, een relatief korte dunne darm en een grote blinde- en dikke darm. Vezelrijk voer blijft vrij kort in de maag en stroomt door naar de dunne darm. Daar breken enzymen de eiwitten, vetten en makkelijk verteerbare koolhydraten af. De restanten en de vezels stromen door naar de blinde- en dikke darm en zijn voeding voor de bacterieflora aldaar. De eindproducten van deze afbraak, vluchtige vetzuren, gebruikt het paard weer als energiebron. Door het eetgedrag en de tijd die nodig is om vezels te verteren, is er altijd voedsel in de darmen en komen er zestien tot achttien uur per dag hapjes voedsel door de maag. Door het kauwen op vezelrijk voer maakt het paard speeksel aan, wat het doorslikken vergemakkelijkt en de menging met maag- en darmsappen bevorderd. Daarnaast verlaagt dit speeksel de zuurgraad in de maag.
Maagzweren
De maag van het paard produceert continu maagzuur. Het lijkt erop, ongeacht het voerregime, dat de zuurgraad in de maag in de ochtenduren (01.00-09.00 uur) het laagst is en de maagzuurproductie het hoogst. Eet een paard lange tijd niet, dan is er een zeer zure inhoud in
Kribbebijten en lucht zuigen
Deze twee ondeugden gaan veelal samen. Het licht zuigen is niet altijd duidelijk zichtbaar, maar vaak wel aanwezig. Het paard zet zijn tanden op een rand, spant spieren in zijn nek of hals en zuigt lucht naar binnen. De lucht gaat niet de longen in maar hij slikt als het ware door. De lucht blijft even in de slokdarm en gaat daarna weer terug naar buiten. Overigens zijn niet alle kribbebijters ook lucht zuigers, andersom gaat het meestal wel samen. Paarden die kribbebijten en lucht zuigen proberen waarschijnlijk speeksel te maken. Het kan ontstaan door gebrek aan kauwgedrag. Een paard maakt alleen maar speeksel met kauwen. Je ziet het paarden vooral doen ná het eten van krachtvoer. Op krachtvoer kauwt een paard maar weinig en maakt dus ook maar weinig speeksel. Kortom een paard gaat misschien kribbebijten door een oncomfortabel gevoel na het eten van krachtvoer. Bij paarden met een maagzweer zie je ook dat ze ná het eten van krachtvoer soms koliekklachten en dus pijn hebben. Stalondeugden ontstaan veelal bij jonge veulens die gespeend worden. Stress is dan onvermijdelijk. Als dat gepaard gaat met veel krachtvoer en weinig ruwvoer, zijn dit de juiste omstandigheden voor het ontwikkelen van stalondeugden. Vergeet ook de periode niet waarin jonge paarden in training worden genomen. Ze staan soms voor het eerst alleen op stal, krijgen veel krachtvoer en alle veranderingen en zwarte trainingen veroorzaken stress. En zo zijn er nog veel meer situaties te noemen die aan deze voorwaarden voldoen. Het kribbebijten en lucht zuigen geeft een bepaalde voldoening, hierdoor ontspant het paard en dat is de positieve prikkel om er mee door te gaan. Eenmaal aangeleerd en bevestigd is dit gedrag zeer moeilijk weer te veranderen. Niet alle paarden die maagzweren hebben vertonen ook kribbebijten of andersom. Dit kan volledig los van elkaar bestaan.
Koliek
Bij lucht zuigen is het dus niet zo dat de lucht door het hele maag- darmkanaal heen gaat. Dit is lang verondersteld omdat paarden met deze stalondeugd vaak verteringsproblemen hebben waarbij gasophoping ontstaat. Met bepaalde onderzoekstechnieken weet men dat de lucht niet verder komt dan de slokdarm. Het kribbebijten en lucht zuigen heeft wel als gevolg dat
Preventie
Paarden moeten kunnen kauwen. Vermijd perioden langer dan acht uur zonder voedsel. Zorg ervoor dat elk paard en elk veulen ruimschoots ruwvoer krijgt en eet. Geef veulens in een kudde voldoende eetplaatsen met altijd fris en goed ruwvoer. Geef het krachtvoer in kleine porties. Dit vermindert de productie van vluchtige vetzuren in de maag. Voer dus liever vaker per dag als het paard echt zoveel krachtvoer nodig heeft. Bedenk dat er andere energie bronnen zijn zoals extra vezels of plantaardige olie die en deel van het krachtvoer kan vervangen. Beperk de hoeveelheid voor een volwassen paard tot maximaal twee kilo per keer. Geef een veulen niet meer dan één kilo per keer. Interessant is dat het bijvoeren van luzerne positieve effecten heeft in
Bron Paardenweekblad “De Hoefslag” Nummer 9, 4 maart 2010 www.dehoefslag.nl
Auteur:
Anneke Hallebeek
Voedingsadvies Paard
Specialist veterinaire diervoeding
Moerstraatsebaan 115
4614 PC Bergen op Zoom
T: 0165-304125
F: 0165-303578
www.voedingsadviespaard.nl & www.sanequi.nl

